Koop hem nu voor slechts US$7.99

Appstore

Een kleine revolutie in diabetesbehandeling

Wat is nieuw in versie 2

Er zijn enkele kleine maar belangrijke veranderingen aangebracht in deze release. Deze zijn hoofdzakelijk gebaseerd op waardevolle feedback van onze gebruikers.

Indien u een upgrade uitvoert of instellingen herstelt van een eerdere versie van RapidCalc, moet u uw instellingen bekijken en waar nodig updaten alvorens de applicatie te gebruiken.

  • Aangepaste tijdsperioden: De dag is nu verdeeld in 6 tijdsperioden: Ontbijt, Ochtend, Lunch, Middag, Diner en Nacht. U kunt de begintijd voor elke periode aangeven. Deze duurt dan tot de begintijd van de volgende tijdsperiode.
  • Koolhydraat-ratio's:: Bij het meten van koolhydraten in grammen zijn de koolhydraat-ratio's nu uitgedrukt in "gram koolhydraat gedekt door 1 unit insuline" (g/unit) ) in plaats van "benodigde insuline-units voor het dekken van 1 portie koolhydraat" (u/portion). Als u een upgrade uitvoert of een back-up herstelt van een eerdere versie van RapidCalc waar koolhydraten in gram werden gemeten, dan worden uw koolhydraat-ratio’s automatisch van u/portie naar g/unit omgerekend.
  • Herinneringen voor basaaldosissen: Basaaldoseringen kunnen nu op specifieke tijden van de dag gepland worden met optionele herinneringen.
  • Herinnering Na-maaltijd bloedglucosecontrole: U kunt nu herinneringen plannen voor het meten van uw bloedglucose op een instelbare tijd na maaltijden.
  • Maximale veilige RAI-dosis: De aanbevolen RAI-dosis kan nu tot een maximale veilige waarde worden beperkt voor pediatrisch gebruik.
  • Aanvullende statistieken: Er zijn nu aanvullende statistieken beschikbaar via drill-downs van de hoofdpagina Statistieken.
  • Verbeterde instellingen-interface: De interface van de instellingen is volledig opnieuw ingedeeld voor een groter gebruikersgemak.
  • Groter BG-invoerbereik: De maximale bloedglucosewaarde die u kunt invoeren is verhoogd naar 33 mmol/L (600 mg/dL).
  • Ondersteuning voor iPhone 5: De lay-out van het scherm is op de iPhone 5 aangepast om de extra schermhoogte maximaal te benutten.
  • Ondersteuning voor iOS 7: De applicatie is geüpdatet voor volledige ondersteuning van iOS 7.
  • Minimaal iOS 5 vereist: De applicatie vereist nu ten minste iOS 5 om te kunnen werken. De app niet upgraden of wissen als u een oud apparaat heeft dat niet ten minste iOS 5 ondersteunt.

Snelle conversietabel voor koolhydraat-ratio

RapidCalc volgt de conventie om koolhydraat-ratio's uit te drukken als "benodigde RAI-units om 1 portie koolhydraten te dekken". Soms wordt de ratio door gebruikers van insulinepompen echter uitgedrukt als "grammen koolhydraat gedekt door 1 RAI-unit". Aan de hand van onderstaande tabel kunnen deze ratio's snel worden omgerekend in een vorm die in de RapidCalc kan worden ingevoerd.

Bijvoorbeeld, als 1 RAI-unit 12g koolhydraten dekt en we meten koolhydraatunits in 10g-porties, dan zoeken we in de linker kolom 12g op en vervolgens geeft de kolom van de 10g-portie een waarde van 0,833 units benodigde RAI per portie van 10g.

Gram koolhydraten gedekt door 1 unit RAI Benodigde RAI-units om 1 portie koolhydraten te dekken voor verschillende standaard portiematen
1g10g12g15g
1g1.00010.00012.00015.000
2g0.5005.0006.0007.500
3g0.3333.3334.0005.000
4g0.2502.5003.0003.750
5g0.2002.0002.4003.000
6g0.1671.6672.0002.500
7g0.1431.4291.7142.143
8g0.1251.2501.5001.875
9g0.1111.1111.3331.667
10g0.1001.0001.2001.500
11g0.0910.9091.0911.364
12g0.0830.8331.0001.250
13g0.0770.7690.9231.154
14g0.0710.7140.8571.071
15g0.0670.6670.8001.000
16g0.0630.6250.7500.938
17g0.0590.5880.7060.882
18g0.0560.5560.6670.833
19g0.0530.5260.6320.789
20g0.0500.5000.6000.750
21g0.0480.4760.5710.714
22g0.0450.4550.5450.682
23g0.0430.4350.5220.652
24g0.0420.4170.5000.625
25g0.0400.4000.4800.600
26g0.0380.3850.4620.577
27g0.0370.3700.4440.556
28g0.0360.3570.4290.536
29g0.0340.3450.4140.517
30g0.0330.3330.4000.500
31g0.0320.3230.3870.484
32g0.0310.3130.3750.469
33g0.0300.3030.3640.455
34g0.0290.2940.3530.441
35g0.0290.2860.3430.429
36g0.0280.2780.3330.417
37g0.0270.2700.3240.405
38g0.0260.2630.3160.395
39g0.0260.2560.3080.385
40g0.0250.2500.3000.375
Terug naar boven

Uw juiste basaaldosis bepalen

Basaalinsulinedosering is het fundament waarop een goede controle van uw BG-waarden berust. Het is van essentieel belang om deze waarden goed in te stellen om voortdurende aanpassingen van uw dosissen snelwerkende insuline tot een minimum te beperken. U kent waarschijnlijk het gevoel wel dat het beste zo wordt omschreven: "Als ik wakker word en mijn BGL is goed, dan weet ik dat ik een goede dag zal hebben..".

In de ideale situatie zijn basale insulinedosissen het eerste wat correct moet worden ingesteld. Koolhydraten- en correctiedosissen kunnen pas precies worden ingesteld nadat uw juiste basale insulinedosissen zijn bepaald. Helaas is het in de werkelijkheid zo dat de effecten van basale insulinedosissen en KH/correctiedosissen het beeld onduidelijk maken en er wat tijd nodig is om een exacte instelling van uw dosissen te vinden.

Er zijn veel verschillende manieren om basale insulinedosissen te berekenen en nader in te stellen. U dient echter te bedenken dat de enige juiste basale insulinedosis is wat voor u het beste werkt en uw BGL op het gewenste niveau houdt, zowel 's nachts als tussen maaltijden waarbij hypoglycemie tot de laagste aanvaardbare waarde wordt verminderd.

Een benadering is het berekenen van de basale insulinebehoefte op basis van de dagelijkse totale insulinedosis (TDD), het lichaamsgewicht en de lichaamsactiviteit. Deze benadering wordt gevolgd door Gary Scheiner in "Think Like a Pancreas a practical guide to managing diabetes with insulin" " (uitgave van 2011 gepubliceerd door De Capo). Hierbij worden uw leeftijd, gewicht en activiteitenniveau als volgt gebruikt:

Dagelijkse basale insulinebehoefte (units per Kg lichaamsgewicht)

Activiteitenniveau Basale behoefte per Kg lichaamsgewicht per leeftijd
Jonge kinderenTienersVolwassenenOuderen
Overwegend inactief0.25 - 0.600.30 - 1.000.25 - 0.600.20 - 0.50
Matig actief0.20 - 0.500.30 - 0.750.20 - 0.500.15 - 0.40
Zeer actief0.15 - 0.400.25 - 0.600.15 - 0.400.15 - 0.40

In zijn boek suggereert Gary dat basale insulinedosissen binnen dit bereik moeten liggen omdat basale insuline voor 40-50% van de insulinebehoefte van het lichaam zorgt maar dat deze ook aangepast moeten worden op de mate van koolhydraatinname. Bij iemand die weinig koolhydraten eet zal een groter deel van de TDD basale insuline zijn terwijl bij iemand die veel koolhydraten eet de TDD voor een kleiner deel zal bestaan uit basale insuline en voor een groter deel uit maaltijddosissen.

DAFNE-richtlijnen geven aan dat de meeste volwassenen met type 1 diabetes een TDD behoefte hebben van tussen de 0,5 - 0,8 units insuline per kilo lichaamsgewicht per dag en dat ongeveer de helft daarvan basale insuline moet zijn. Rekening houdend met het feit dat het DAFNE-programma momenteel alleen wordt aanbevolen voor mensen van 18 jaar en ouder is er een brede overeenstemming wat betreft TDD behoeften en de opsplitsing tussen BI en RAI.

Een andere benadering is die van John Walsh in zijn paper "Guidelines for Optimal Bolus Calculator Settings in Adults" gepubliceerd in Journal of Diabetes Science and Technology, Vol 5, Uitgave 1 van januari 2011 die enkel is gebaseerd op de totale dagelijkse insulinedosis (TDD). De TDD is de som van de per dag ingespoten basale insuline plus een gemiddelde van de in totaal ingespoten snelwerkende insuline, zowel voor koolhydraten als correcties. Bovengenoemde publicatie stelt dat basale insuline idealiter 48% van de TDD zou moeten zijn, met aanpassingen afhankelijk van het dieet, met hoog of laag koolhydraatgehalte.

Aangezien we geen medisch advies kunnen geven m.b.t. de te gebruiken dosissen en titratiemethodes, adviseren wij u een DAFNE-cursus te volgen, wat zeer raadzaam is, en/of het boek "Think Like a Pancreas" te lezen, wat wij eveneens sterk aanbevelen omdat het in een zeer toegankelijke taal is geschreven en veel informatie geeft over het gebruik van insuline in alle situaties. Het is van belang dat u altijd uw dosissen overeenkomt met uw professionele zorgverlener. Deze kent u en uw diabetes het best

Toch zouden wij het algemene advies willen geven om bij het starten met de laagste waarde van een aanbevolen bereik voor basaaldosering te beginnen om het risico van hypo's tot een minimum te beperken en uw basale insuline vanaf daar omhoog te titreren tot u de juiste basale insulinedosis voor uzelf vindt. Raadpleeg altijd uw professionele zorgverlener voordat u een door hem/haar geadviseerde dosis verandert en volg zijn/haar titratie-aanbeveilingen op.

Nu heeft u dus met uw professionele zorgverlener een basale insulinedosis vastgesteld en na een week of zo wilt u waarschijnlijk weten of uw basale insulinedosis correct is voor u en uw levensstijl.

Een correcte basale insulinedosis zou uw BG-waarden 's nachts aardig stabiel moeten houden en binnen een aanvaardbaar bereik met geen of een minimaal risico op lage BG-waarden/hypo's. "Think Like a Pancreas" stelt dat een nachtelijke verandering in de BG-waarden van meer dan 30mg/dl of 1,7mmol/L zou aangeven dat er een verandering in de basale insuline nodig is. Een nachtelijke hypo zou zonder meer een indicatie zijn voor verlaging van de BI, tenzij u een duidelijke andere reden dan BI kunt aanwijzen. Gary geeft vervolgens details over hoe u uw basale insuline nauwkeuriger kunt instellen. DAFNE adviseert dat deze verandering in BG-waarden 's nachts niet meer zou moeten zijn dan 1,5 mmol/L.

Hieraan moeten we nog enkele opmerkingen toevoegen:

  • Zorg ervoor dat uw voedsel volledig verteerd is en dat alle snelwerkende insuline is uitgewerkt voordat u uw BG-waarde voor het slapengaan meet. Denk eraan dat snelwerkende insuline (RAI) gedurende 5-6 uur actief is en dat voedsel met een lage GI zoals pasta over een langere tijd opgenomen wordt.
  • Elke keer dat u uw basale insuline wijzigt is het zinnig om voor de zekerheid om 3:00 uur een BG-controle te doen. Dit wordt om veiligheidsredenen aanbevolen in het DAFNE-programma. Het is ook goed om dit te doen omdat de BG voor het ontbijt waarschijnlijk beïnvloed wordt door het "dageraadfenomeen" waarbij BG-waarden stijgen wanneer het lichaam minder gevoelig wordt voor insuline door de werking van hormonen die worden afgegeven ter voorbereiding op de komende dag. Sommige artsen geloven dan ook dat titratie van basale insuline op basis van 3 AM BGL's moet worden uitgevoerd!
Terug naar boven

Berekenen van uw ratio's voor bolusdosering

Bolussen van snelwerkende insuline (RAI) omvatten over het algemeen 2 elementen: een KH-dosis voor het dekken van de geplande koolhydraatinname en een correctiedosis om een verhoogde bloedglucose op de streefwaarde terug te brengen. Om de KH-dosis te bepalen moet u weten wat uw KH-ratio is en om de correctiedosis te bepalen moet u uw correctiefactor kennen. Hieronder vindt u richtlijnen voor het bepalen van beide ratio's.

Koolhydraat-ratio's: Insuline/koolhydraat-ratio's

De meest gangbare methode voor een eerste berekening van de KH-ratio is om 500 te delen door de totale dagdosis (TDD), wat de hoeveelheid koolhydraten in gram geeft die door 1 unit RAI wordt opgevangen. Deze methode wordt vaak de "regel van 500" genoemd. Dit moet vervolgens worden omgerekend in RAI-units per koolhydraatportie..

Bijvoorbeeld, als iemand op een TDD van 50 units zit dan zal 1 RAI-unit 500/50 = 10 gram koolhydraten opvangen. Als deze persoon porties van 15 gram gebruikt dan zal de ratio 1,5 RAI-units voor elke 15g-portie zijn. Als hij porties van 1 gram gebruikt dan is de ratio 1/10 of 0,1 RAI-unit per gram koolhydraat.

Wij dienen te onderstrepen dat deze eerste ratio's bij benadering zijn omdat iedereen verschillend is en omdat op deze manier geen rekening wordt gehouden met de insulineresistentie die een natuurlijke variatie kent gedurende de dag. Dit is vooral merkbaar in de ochtend wanneer de insulineresistentie toeneemt onder invloed van hormonen die door het lichaam worden afgegeven.

Een nauwkeurige instelling van uw KH-dosissen is waar de diabeteswetenschap meer kunst vergt. Denk eraan dat RAI gewoonlijk 5 tot 6 uur actief is terwijl het meeste voedsel, behalve koolhydraten met een lage GI, meestal binnen 2 uur verteerd en in glucose omgezet zullen zijn. De eerste stap om de juiste KH-dosissen te krijgen is om het volgende te doen voor elke maaltijd van de dag:

  • Neem een vrij typische maaltijd waarvan u het koolhydraatgehalte kent.
  • Zorg ervoor dat uw BG-waarden binnen het bereik liggen en stabiel zijn (niet stijgen/dalen of beïnvloed worden door sport, stress, recente hypo's enz.)
  • Meet uw bloedglucose.
  • Spuit uw huidige berekende dosis RAI voor de bekende hoeveelheid koolhydraten.
  • Eet niet meer en doe niets wat uw BG-waarde significant kan beïnvloeden.
  • Meet uw bloedglucose elk uur in de komende zes uur.

Deze test stelt u in staat om te zien of de bepaalde dosis uw BG-waarde vóór de volgende maaltijd op uw voor-maaltijd niveau terugbrengt en helpt u om het RAI-profiel te vinden dat voor u werkt. Als uw BG-waarde binnen de volgende 5-6 uur op het voor-maaltijd niveau terugkomt dan heeft u de KH-ratio voor die maaltijd. KH-ratio's voor maaltijden zouden gewoonlijk dezelfde moeten zijn op verschillende tijden van de dag, behalve bij het ontbijt waar u waarschijnlijk meer insuline per koolhydraatunit nodig heeft als gevolg van een verhoogde insulineresistentie op die tijd van de dag. Het DAFNE-programma geeft aan, als algemene richtlijn voor volwassenen, dat zij tussen 1-3 units RAI per 10g-portie koolhydraten nodig hebben voor het ontbijt en 1-2 units RAI per 10g-portie voor andere maaltijden. Hoe gevoeliger u bent voor insuline, hoe minder RAI u nodig heeft om de KH-inname te dekken.

Ook hier is het algemene advies een lage startdosering en vervolgens omhoog titreren.

Correctiefactor: Bloedglucosedaling per insuline-unit

TDe meest gangbare methode is om de "regel van 100" te gebruiken waarbij 100 wordt gedeeld door de totale dagdosis (TDD) om de bloedglucoseverlaging in mmol/L te krijgen. Voor wie de meeteenheid mg/dL gebruikt voor het meten van de BG-waarde, geldt de "regel van 1800".

Om een voorbeeld te geven: Als iemand op een TDD van 50 units zit dan zal 1 RAI-unit de BG-waarde met 100/50 = 2 mmol/L verlagen, of bij gebruik van mg/dL zou dit worden uitgedrukt als 1800/50 = 36 mg/dL.

Voor de meeste volwassenen met type 1 diabetes zal 1 RAI-unit de BG-waarden met 2-3 mmol/L (36-54 mg/dL) verlagen maar bij mensen met lagere TDD's, zal 1 RAI-unit grotere dalingen kunnen bereiken. Bij gebruik van de "regel van 100" zal iemand met een TDD van 10 units vaststellen dat 1 RAI-unit de BG-waarde met 10 mmol/L (180 mg/dL) verlaagt. Pediatrische patiënten zijn meestal gevoeliger voor insuline en bij hen kan de BG-verlaging per insuline-unit aanzienlijk groter zijn dan de hierboven vermelde waarden.

Net als KH-ratio's kunnen variëren in de loop van de dag, mag u ook verwachten dat uw correctiefactor varieert, aangezien dezelfde factoren in het spel zijn.

Om uw correctiefactor te testen:

  • Zorg ervoor dat uw BG-waarden binnen het bereik liggen en stabiel zijn (niet stijgen/dalen of beïnvloed worden door sport, stress, recente hypo's, voedsel, IOB, enz.)
  • Meet uw BG-waarde en controleer of die boven uw BG-streefwaarde ligt.
  • Spuit uw berekende correctiedosis RAI.
  • Eet niet meer en doe niets wat uw BG-waarde significant kan beïnvloeden.
  • Meet uw bloedglucose elk uur in de komende zes uur.
  • Als de BG-waarden binnen deze tijdsperiode tot op de streefwaarde zakken geeft dat aan dat u de juiste correctiedosis heeft.

Algemene opmerkingen

Denk eraan dat niet alle dagen hetzelfde zijn. We hebben allemaal wel eens "rotdagen" wanneer dingen eenvoudig niet lopen zoals ze eerder wel deden en we niet weten waarom we plotseling onverwacht hoge of lage BG-waarden hebben. De bedoeling is om zo vaak mogelijk en zo veilig mogelijk de juiste insulinedosissen te bepalen. U zult uw RapidCalc historiekbestand constant moeten analyseren om uit te vinden waarom deze dagen niet de BG-waarden geven die u verwacht en correcties aan te brengen, onder leiding van uw diabetesverpleegkundige.

Als algemene regel geldt dat, wanneer u uw BG-waarde bij elke maaltijd voortdurend moet corrigeren, het waarschijnlijk is dat of uw basale insulinedosissen, of uw KH-schatting/ratio's of uw correctiedosissen verkeerd zijn. Uw diabetesverpleegkundige of arts zou dan in staat moeten zijn om u te helpen de wijzigingen te bepalen die u moet aanbrengen

Terug naar boven

Berekenen van Insulin on Board

Vreemd genoeg lijken de fabrikanten van insulinepompen allemaal verschillende methodes te hebben voor het berekenen van IOB en het meenemen daarvan bij de berekening van de bolussen, waarvan sommige sterk uiteenlopen. De vraag is nu - welke methode is de beste?

De Clinica Diabetologica geeft op http://www.clinidiabet.com/en/infodiabetes/pumps/51.htm een korte samenvatting van de verschillende benaderingen maar het zou beter zijn direct van de pompfabrikanten gedetailleerde informatie over de berekening van IOB te krijgen.

Het is duidelijk dat IOB van cruciaal belang is voor een juiste dosering van snelwerkende insulines (RAI) aangezien de problemen van type 1 diabetes vaak te maken hebben met het correct bepalen van het koolhydraatgehalte van een maaltijd, het vaststellen van de Glycemische Index (GI) van voedselcombinaties (en niet hun bestanddelen) en het nauwkeurig voorspellen van het glucoseverlagend vermogen en de werkingsduur van de RAI. Het is uiteraard te ingewikkeld om te proberen de glycemische index te bepalen van gemengd voedsel, dus rest ons schatting van het koolhydraatgehalte van wat we eten, snelwerkende insuline, activiteit en duur van de snelwerkende insuline.

Het koolhydraatgehalte is altijd bij benadering maar het blijkt dat 10 gram meer of minder een acceptabele marge is die geen significante invloed heeft op bloedglucose, wat prettig is en het leven een beetje gemakkelijker maakt. We kunnen niet altijd voedsel wegen of etiketten lezen, vandaar dat diabetesprogramma’s voor type 1 patiënten gebruik maken van porties van 10, 12 en 15 gram en gebruikers grove richtlijnen geven, zoals een boterham of de grootte van uw handpalm is 15 gram. Mensen raken eraan gewend om deze portiematen te schatten en kunnen vervolgens het hun geserveerde voedsel nauwkeuriger, hoewel nog niet perfect, kwantificeren. Veel patiënten maken vrij regelmatig fouten in de koolhydraatschatting.

Insulinefabrikanten publiceren insulineprofielen die een richtlijn geven voor de activiteitsprofielen van hun snelwerkende insuline. Dit zijn gemiddelden en worden vaak bepaald bij mensen die gevast hebben en die dus gevoeliger zijn voor de insulinewerking, en over een beperkt bereik van portiematen. Mensen vertonen ook op allerlei manieren aanzienlijke verschillen - nierfunctie, spuitdiepte, bloedsomloop rond de injectieplaats, insuline-opslag voor het spuiten, injectieplaats (onderhuids, intramusculair, lipodystrofie) en injectietechniek enz., wat allemaal van invloed is op het RAI-profiel. Dus wederom hebben we onnauwkeurige waarden en individuele verschillen.

Toen we begonnen met het ontwikkelen van RapidCalc stonden wij voor de volgende vragen m.b.t. IOB:/p>

  • Moet IOB worden berekend op de totale RAI-dosis (maaltijd- + correctiedosis) of alleen op de eerder gegeven correctiedosis?
  • Met welke snelheid wordt IOB opgebruikt?
  • Moet de IOB, eenmaal berekend, alleen worden afgetrokken van een geplande correctiedosis voor de volgende maaltijd?
  • of
  • Moet de IOB worden afgetrokken van het totaal (maaltijd- + correctiedosis) van de volgende dosis?

In verband met fouten in de schatting van het koolhydraatgehalte van maaltijden en GI, hebben wij met RapidCalc de benadering gekozen waarbij de volledige dosis (maaltijd + correctie) wordt gebruikt om de IOB te berekenen. Nadat de huidige BG-waarde is ingevoerd en de koolhydraatinname is gepland, berekent RapidCalc de resterende IOB van vorige dosissen, op basis van het persoonlijke gebruikersprofiel, en trekt die waarde af van de totale (maaltijd- + correctie-) dosis om tot een aanbevolen dosis te komen.

Wij geloven dat deze benadering de veiligste is aangezien er marge is voor fouten in koolhydraatschatting, individuele variatie van insulineverbruik en werkingsduur. Ook zullen eventuele fouten in de RAI-dosering waarschijnlijker resulteren in onderdosering van de RAI waardoor ze minder waarschijnlijk hypoglycemie veroorzaken. De werkelijke IOB wordt dus naar onze mening nauwkeuriger en veiliger berekend.

Deze benadering heeft echter een probleem - wanneer er een ongepland dessert of nog een portie voedsel wordt gegeten korte tijd na (binnen 1,5-2 h) de vorige RAI-dosis. In dit scenario is het waarschijnlijk dat de BG-waarden hoog zijn aangezien veel van de RAI nog niet actief is. Om dit op te vangen, hebben we een vakje "BG niet gemeten/Extra koolhydraten" toegevoegd. In deze specifieke situatie is het onwaarschijnlijk dat u uw BG-waarden opnieuw controleert. Door deze optie aan te vinken komt het schuifje "Gemeten bloedglucose" geforceerd op uw streefwaarde te staan en wordt eventuele IOB genegeerd. Op deze manier komt de aanbevolen RAI-dosis overeen met de RAI-dosis die alleen voor het opvangen van de nieuwe koolhydraatinname nodig is.

De optie "BG niet gemeten/Extra koolhydraten" gaat ook veilig om met situaties waarin u uw bloedglucose niet kunt meten. Bij type 1 diabetes raden we echter aan om altijd voor elke maaltijd te testen, voor zover mogelijk, omdat het een vast uitgangspunt geeft om beslissingen te nemen. Uw bloedglucose niet testen zou zoiets zijn als naar een adres proberen te rijden zonder te weten waar u momenteel bent!

De volgende vraag is - hoe lang is de snelwerkende insulinedosis daadwerkelijk actief. Insulinefabrikanten publiceren gestileerde grafieken die vaak gemiddelden weergeven, zonder de 95% betrouwbaarheidsinterval, dus u kunt er nooit helemaal zeker van zijn hoe een bepaalde insuline bij u zal werken. Men is er ook zelden zeker van of deze grafieken het glucoseverlagend vermogen van de insuline weergeven of de insulineniveaus in het bloed - wat zeer verschillende profielen kan geven. Er is ook enige variatie tussen elk van de drie momenteel verkrijgbare RAI analogen (insuline lispro, aspart en glulisine). Insuline glulisine blijkt in het begin een groter glucoseverlagend effect te hebben en vervolgens minder "staart" of restactiviteit, maar er is nog discussie over of dit klinisch significant is.

Sommige zorgverleners gebruiken 2-uurs profielen voor RAI's bij pompen, maar een algemener geaccepteerd inzicht is dat alle nieuwe snelwerkende insuline analogen gemiddeld ten minste 5 uur actief zijn. Wij hebben naar de insulineprofielen gekeken en door het gebied onder de glucose-opnamecurves te berekenen zijn we gekomen tot de 6-uurs profielen die in de Help van RapidCalc worden getoond, d.w.z. 15%, 30%, 25%, 15%, 10% en 5% voor elk van de 6 uur. De reden voor zo weinig RAI-werking in de eerste uren is de vertragingstijd van 15 minuten vanaf het spuiten tot de insuline begint te werken en de vorm van de glucose-opnamecurve. Veel mensen gebruiken RapidCalc met veel succes volgens een 4-uurs profiel met 30% van de werking in elk van de eerste 3 uren en 10% in het 4e uur.

Terug naar boven

Gebruikte berekeningen en formules in RapidCalc

Berekening van de aanbevolen RAI-dosis/h3>

De totale aanbevolen RAI-bolus is als volgt samengesteld uit maaltijd-, correctie- en IOB-componenten:

Totale aanbevolen RAI-dosis = Maaltijddosis + Correctiedosis - IOB

Elk van deze componenten wordt hieronder beschreven.

Maaltijddosis

De maaltijdcomponent van de RAI-dosis is bestemd om de geplande koolhydraatinname te compenseren. Deze wordt als volgt berekend:

Maaltijddosis = actieve_KH_ratio * geplande_KH_inname * (1 - reductiepercentage_lichaamsbeweging)

Waar:

  • actieve_KH_ratio de KH-ratio is die op de huidige tijd van de dag van toepassing is.
  • geplande KH-inname de waarde van de geplande koolhydraatinname is die u heeft ingevoerd.
  • reductiepercentage_lichaamsbeweging het reductiepercentage van de dosis is voor eventuele lichaamsbeweging die u geselecteerd heeft.

Correctiedosis

De correctiecomponent van de RAI-dosis die dient om een hoge bloedglucose tot uw streefwaarde te verlagen. Deze wordt als volgt berekend:

Correctiedosis = ((gemeten_bg - actieve_doel_bg) / actieve_correctiefactor) * (1 - reductiepercentage_lichaamsbeweging)

Waar:/p>

  • gemeten_bg de BG-meting is die u heeft ingevoerd.
  • actieve_doel_bg /em> de BG-streefwaarde is voor de huidige tijd van de dag.
  • actieve_correctiefactor de correctiefactor is voor de huidige tijd van de dag.
  • reductiepercentage_lichaamsbeweging het reductiepercentage van de dosis is voor eventuele lichaamsbeweging die u geselecteerd heeft.

Insulin on Board (IOB)

Het duurt gemiddeld 15 minuten vanaf het moment dat een snelwerkende insulinedosis wordt ingespoten tot deze actief wordt in het bloed, en deze insuline kan tot maximaal 6 uur actief blijven. De hoeveelheid insuline die nog actief is in het bloed is bekend als de Insulin on Board (IOB). De snelheid waarmee de insuline wordt verbruikt is afhankelijk van diverse factoren, waaronder het type insuline en uw metabolisme. U legt uw persoonlijke profiel voor het insulineverbruik vast in de instellingen van het Insulinegebruikersprofiel.

Er moet met IOB rekening worden gehouden bij het berekenen van een bolus, om het risico van overdosering of 'overtollige dosissen' met als gevolg een hypo te voorkomen. De IOB wordt berekend door de resterende insuline van elk van de in de laatste 6 uur genomen dosissen op te tellen. (Aangezien de maximale duur van een snelwerkende insuline 6 uur is, kunnen eerdere records worden genegeerd). Voor elk van deze dosissen wordt de nog actieve insuline als volgt berekend op basis van de genomen dosis: Men gaat uit van een maximale duur van 6 uur voor elke dosis met een door de gebruiker in te stellen hoeveelheid insuline die op een lineaire snelheid wordt verbruikt binnen elk van de zes periodes van 1 uur volgend op de begindosering. De berekening gaat uit van een vertraging van 15 minuten voordat de ingespoten insuline begint te werken. Bijvoorbeeld, als de verbruikte hoeveelheid 30% in uur 1 is en 30% in uur 2, dan is na 1,5 uur de verbruikte hoeveelheid 45% (d.w.z. 55% nog actief)

Berekenen van de geschatte HbA1c

HbA1c is een meting van de bloedglucosewaarde op lange termijn in het bloed. De meting wordt in een laboratorium uitgevoerd op een bloedmonster, maar de waarde kan worden geschat op basis van uw gemiddelde bloedglucosemetingen. HbA1c kan in procent of in mmol/mol-units worden gemeten. De formule voor geschatte HbA1c als een percentage, op basis van de gemiddelde bloedglucose gemeten in mmol/L is als volgt:

HbA1cpercent = ((18 * gemiddelde_bloedglucosemmol/L) + 46.7) / 28.7

Waar:

  • gemiddelde_bloedglucose het gemiddelde is van al uw BG-metingen (behalve schattingen) uitgedrukt in mmol/L.
Terug naar boven